Generatie 3

3.1. Pieter Coenraad Brouwer, katoenspinner, courantenbestelder, azijnmaker, militair (1860-1877), kanonnier 1e klasse bij het Wapen der Artillerie bij de KNIL, zoon van Coenraad Pieters Brouwer en Maria van der Kleij, geboren 8 september 1838 te Delft (), overleden 25 november 1877 te Kampong Makassar (Indonesi)

Na het overlijden van zijn vader verdient Pieter Coenraad aanvankelijk de kost voor het gezin als katoenspinner, zie bevolkingsregister 1850 (). Later gaat zijn moeder werken als werkster op de Lange Nieuwstraat (). Pieter Coenraad is ingeschreven in het Militieregister met de opmerking 'gebreke' (), hij is dan courantenbesteller. Op 9 juli 1860 verhuist hij naar de Catharijnestraat C 868 waar hij ingeschreven staat als azijnmaker ().

Hij is (volgens de overlevering) verloofd met Alida Johanna Houtkamp (zie 3.3) als hij op 24 juli 1860 wordt aangesteld bij het Regiment Veldartillerie als kannonier 2e klasse, met de aantekening 'Is behebt met een beursgezwel in de linkerbil, maar niet hinderlijk'. Hij is ingeschreven in het stamboek onder nummer 60904. Zijn signalement luidt aangezigt ovaal, voorhoofd rond, oogen grijs, neus gewoon, mond idem, kin rond, haar blond, wenkbraauwen idem, lang 1,78 (). Op 1 april 1862 gaat hij een vrijwillige verbintenis aan voor zes jaar voor uitzending naar West-Indi (Suriname). Op 21 juli 1862 gaat hij aan boord van het schip Carolina en hij komt op 10 september 1862 aan en wordt ingedeeld bij de Veldartillerie. Op 1 januari 1864 wordt hij benoemd tot kannonier 1e klasse. Hij gaat op 3 juli 1865 terug naar Nederland met het schip Anna .... Op 18 mei 1868 krijgt hij de bronzen medaille toegekend en ontvangt op 29 augustus 1868 een paspoort.

Op 1 september 1868 sluit hij zich verwillig voor zes jaar aan als soldaat bij het KNIL en wordt ingezet als kannonier 2e klasse. Op 30 september 1874 wordt hij opnieuw voor zes jaar geengageerd. Hij dient als kannonier 1e klasse bij het 3e en 9e Bataljon en is betrokken bij de Atjeh oorlog. Het 3e en 9e Bataljon Infanterie bestaat uit Nederlanders en Ambonezen. Het maakt deel uit van de eerste expeditie naar Atjeh in april 1873. De Nederlandse troepen staan bij deze eerste expeditie onder opperbevel van generaal-majoor der infanterie Johan Harmen Rudof Khler. Als eerste wordt een verkenning gedaan naar het beste landingspunt waarbij hevige strijd moet worden geleverd. Er worden enkele kanonnen en mortieren buit gemaakt. De bevelhebber besluit echter de troepen terug aan boord van de schepen te halen waardoor een tweede landing nodig is. Deze vindt plaats op 8 april 1873. Na de landing rukken het 9e Bataljon en de Barisan op, gedekt door het 3e en 12e Bataljon. De troepen trekken via Kota Pantei Tjermin door naar Kota Mogat. Daarbij vallen 10 doden en 50 gewonden en zijn de troepen gedwongen zich terug te trekken. Na enkele dagen en diverse verkenningen wordt besloten om onder meer het 3e en 9e Veldbatajon naar de Kraton van de Sultan op te laten trekken. Bij de Mesigit is de tegenstand hevig en wordt de opperbevelhebber Khler gedood. De Mesigit wordt ingenomen op 14 april 1873. Omdat het contact met de bivak op het strand afgesneden dreigt te worden, wordt besloten tot terugtrekking. Daarmee kan de expeditie als mislukt worden beschouwd. Naar aanleiding van het echec stelt gouverneur-generaal Loudon een enquetecommissie in. In november 1873 krijgt Pieter Coenraad de zilveren (?) medaille voor zijn betrokkenheid bij de krijgsverrichtingen op Atjeh.

Na de mislukte eerste expeditie wordt de gepensioneerde luitenant-generaal Jan van Swieten benoemd tot nieuwe opperbevelhebber bij de tweede expeditie. Op 9 december 1873 landen te troepen op Pedro Punt, ten oosten van Gigien. Van hieruit zouden de operaties tegen de Mesigit en de Kraton worden begonnen. Na een hevige strijd kan kampong Lemboe worden ingenomen en op 6 januari 1874 vindt de bestorming van de Mesigit plaats. De overing kost 220 doden en gewonden aan Nederlandse zijde. Op 23 en 24 januari wordt de Kraton veroverd (zie foto rechts). Op 15 februari 1874 besluit generaal van Swieten dat de strijd voorbij is en hij stuurt een compagnie vestingartillerie terug naar Java. Hij verklaart dat de vijand geheel is overwonnen en dat diens onderwerpin gniet lang meer kan uitblijven. Maar weinig officieren zijn hiervan overtuigd. De Atjeh oorlog zou dan ook nog 68 jaar duren en pas eindigen met de bezetting van Nederlands-Indi door Japan in 1942.

Bij Koninklijk Besluit van 24 maart 1877 worden de prestaties van het 3e Bataljon erkend door het begiftigen van het vaandel met de Militaire Willems-Orde. In het besluit staat: "Overwegende dat het 3e Veldbataljon van het Nederlands Indische Leger een buitengewoon roemrijk aandeel nam aan de vele gevechten op Atjehse bodem geleverd, dat het met name bijzonder uitblonk bij de vermeestering van Kampong Lemboeh op 25 december 1873, dat die legereenheid ook na dien datum hetzij in haar geheel dan wel gedeeltelijk vertegenwoordigd was bij bijna alle belangrijke ontmoetingen met de vijand en dat gedurende de operatien tegen de Moekims IV, IX en XXIII Moekims van 16 januari tot 7 maart 1876 opnieuw uitblonk enz.". Tevens werden de vaandels van het 3e Bataljon Infanterie en het 9e Bataljon Infanterie onderscheiden met de Atjeh medaille 1873-1874 (zie afbeelding links). Bij het korps werden 4 militaire Willems-Orden 3e klasse, 87 Militaire Willems-Orden 4e klasse, 7 Eeresabels, 109 Eervolle vermeldingen, 2 zilveren medailles en 72 bronzen medailles voor moed en trouw uitgereikt. Pieter Coenraad is een van de 109 Eervolle vermeldingen voor zijn bijdrage aan de gevechten op Atjeh tegen IV, VI, IX en XXII Moekims van 26 december 1875 tot 9 maart 1876.

 

3.2. Antje Brouwer, dienstbode te Bunnik (tot 1863), veehoudersmeid, dochter van Coenraad Pieters Brouwer en Maria van der Kleij, geboren 18 maart 1841 te Delft (), overleden 19 april 1927 te Oudewater. Gehuwd op 16 maart 1866 te Rietveld (/) met Nicolaas Hogenboom, boerenknecht, zoon van Krijn Hogenboom en Adriana van Wijk, geboren 15 augustus 1834 te Oudewater, overleden 12 februari 1899 te Oudewater ()

Antje gaat na de dood van haar moeder naar Bunnik om te werken als dienstmeid (). Antje komt 17 februari 1863 van Bunnik naar Rietveld en vertrekt 14 mei 1867 naar Vleuten ().

Uit dit huwelijk:

3.2.1.   Adriana Hoogenboom

3.2.2.   Pieter Koenraad Hoogenboom, geboren 21 februari 1869 te Oudewater (), overleden 7 april 1869 te Oudewater()

3.2.3.   Maria Hoogenboom, geboren 10 november 1870 te Oudewater (), overleden 15 juli 1871 te Oudewater ()

3.2.4.   Willemina Hoogenboom, geboren 24 december 1872 te Oudewater (), overleden 19 februari 1878 te Oudewater ()

3.2.5.   Catharina Hoogenboom, geboren 24 november 1875 te Oudewater (), overleden 29 februari 1876 te Oudewater ()

3.2.6.   Geertrui Hoogenboom

3.2.7.   Pieter Koenraad Hoogenboom

 

3.3. Jillis Brouwer, blikslager, smid, schilder, zoon van Coenraad Pieters Brouwer en Maria van der Kleij, geboren 16 december 1843 te Utrecht (), overleden 1 september 1917 te Utrecht (/), begraven 5 september 1917 op het RK kerkhof te Utrecht. Gehuwd op 30 januari 1867 te Utrecht (//) met Alida Johanna Houtkamp, naaister, dochter van Adrianus Houtkamp en Maria Elisabetta Verhoeven, geboren 6 september 1829 te Utrecht (), overleden 22 februari 1906 te Utrecht ()

Jillis groeit op in Wijk C in Utrecht. Deze wijk is in die tijd de armste wijk van de stad en bestaat uit zeer kleine huisjes. In 1849 wordt de stad getroffen door een cholera epidemie. De epidemie maakt veel slachtoffers in de stad. In Wijk C waar veel mensen in ongezonde omstandigheden boven op elkaar wonen, kan de ziekte gemakkelijk om zich heen grijpen. Jillis verliest zijn vader en broertje Willem. Na het overlijden van zijn moeder, in 1858, komt Jillis samen met zijn jongste broertje Arjen terecht in het Rooms Katholiek Oude Mannen en Weeshuis aan de Donkerstraat in Utrecht (zie foto rechts). Jillis verlaat op 4 juni 1865 het weeshuis als blikslager en vertrekt naar Kamerik. Twee maanden later, op 14 augustus 1865 verhuist hij naar Zuilen om een half jaar later weer terug te keren in Utrecht. Hij gaat werken als smidsknecht bij de smid Frans Flantua op de Nauwe Watersteeg 510 in Utrecht. Hij woont daar ook in ().

Alida groeit verder op in het Rooms-Katholiek Weeshuis aan de Minrebroederstraat. Als Alida het weeshuis verlaat, gaat ze werken als naaister op de Korte Viesteeg 719 en woont daar ook. Volgens de overlevering is Alida verlooft met Pieter Coenraad, broer van Jillis. Als Pieter Coenraad naar Nederland-Indi vertrekt, trouwte ze met diens broer Jillis.

Jillis en Alida gaan na hun huwelijk wonen aan de Koestraat 483 in Wijk C. Jillis werkt aanvankelijk nog als smid, maar begint rond 1872 voor zichzelf als schilder. Rond 1880 woont het gezin nog kort op de Koningstraat 25, voorheen 't Zand waar Jillis is geboren en zijn jeugd heeft doorgebracht. Op 2 augustus 1881 verhuizen ze naar de Lange Smeestraat 25. In 1884 verlaat hun dochter Alida het huis om als dienstbode te gaan werken en wonen bij Gerrit Willem Gutterink op de Korte Nieuwstraat. Vervolgens verhuizen ze meerdere keren in korte tijd. Op 17 juli 1885 verhuizen ze naar het Abstederzandpad 97 en ruim een jaar later, op 17 november 1886 naar de Groenstraat 43. Daar wonen ze tot 17 maart 1890. Jillis' zoon Jillis Adrianus helpt zijn vader bij zijn werkzaamheden als huisschilder.

Ze verhuizen terug naar het Abstederzandpad, ofwel Abstederdijk (zoals het vanaf 1893 heet, zie foto links). Ze gaan wonen op de Abstederdijk 117. In 1899 verlaat hun zoon Jillis Adrianus het ouderlijk huis. In 1906 overlijdt Alida op 76-jarige leeftijd. Jillis gaat een maand na het overlijden inwonen bij zijn zoon Jillis Adrianus en diens gezin aan de Hazelaarstraat 85 (). Op 11 april 1910 verhuist Jillis naar het Rooms Katholiek Wees- en Oudeliedengesticht aan de Maliesingel 77 (foto onder). Daar overlijdt hij in 1917 op 73-jarige leeftijd.

Uit dit huwelijk:

3.3.1.   Alida Johanna Sophia Brouwer

3.3.2.   Johanna Maria Brouwer, geboren 20 november 1870 te Utrecht (), overleden 13 mei 1871 te Utrecht ()

3.3.3.   Jillis Adrianus Brouwer

 

 

 

3.5. Arjen Brouwer, schilder, zoon van Coenraad Pieters Brouwer en Maria van der Kleij, geboren 26 november 1848 te Utrecht ()

Jillis groeit op in Wijk C in Utrecht. Deze wijk is in die tijd de armste wijk van de stad en bestaat uit zeer kleine huisjes. In 1849 wordt de stad getroffen door een cholera epidemie. De epidemie maakt veel slachtoffers in de stad. In Wijk C waar veel mensen in ongezonde omstandigheden boven op elkaar wonen, kan de ziekte gemakkelijk om zich heen grijpen. Jillis verliest zijn vader en broertje Willem. Na het overlijden van zijn moeder, in 1858, komt Arjen samen met zijn oudere broertje Jillis terecht in het Rooms Katholiek Oude Mannen en Weeshuis aan de Donkerstraat in Utrecht. Hij verlaat het weeshuis op 25 augustus 1869 en gaat wonen op de 2e Steeg Maliebaan, wijk I 287e ().

Zijn signalement zoals omschreven in het militieregister, luidt lang 1 el 647 strepen, aangezigt ovaal, voorhoofd hoog, oogen groot, neus groot, mond id, kin rond, haar blond. Hij is op 10 maart 1868 vrijgesteld van militaire dienst vanwege broederdienst. Hij heeft zich aangemeld als plaatsvervanger (in 1870 plaatsvervanger no 7 van het register).

 

4.1. Anne van Dijk, boerenknecht, werkman, koopman, winkelier, zoon van Pieter Hendriks van Dijk en Hendrikje Pieters Brouwer, geboren 11 maart 1827 te Sint Annaparochie (Het Bildt) (), overleden 18 augustus 1868 te Stiens (). Gehuwd op 5 mei 1853 te Het Bildt () met Riemkje Willems Timstra, dochter van Willem Botes Timstra en Renske Teunis Veenstra, geboren 29 november 1828 te Sint Annaparochie (Het Bildt), overleden 11 september 1876 te Bedum

Uit dit huwelijk:

4.1.1.   Renske van Dijk

4.1.2.   Hendrikje van Dijk, geboren 29 maart 1857 te Sint Annaparochie (Het Bildt) (), overleden 24 juli 1857 te Het Bildt ()

4.1.3..   Hendrikje van Dijk

4.1.4.   Willem van Dijk

4.1.5.   Pieter van Dijk, geboren 25 augustus 1865 te Sint Annaparochie (Het Bildt) ()

 

4.2. Hendrik van Dijk, boerenknecht, gardenier, zoon van Pieter Hendriks van Dijk en Hendrikje Pieters Brouwer, geboren 23 januari 1830 te Sint Annaparochie (Het Bildt) (). Gehuwd op 5 mei 1859 te Het Bildt () met Wytske Hogerhuis, dochter van Syds Wybes Hogerhuis en Trijntje Willems Spoelstra, geboren 30 oktober 1831 te Sint Annaparochie (Het Bildt)

Uit dit huwelijk:

4.2.1.   Pieter van Dijk, geboren 8 november 1860 te Het Bildt ()

 

4.3. Ybeltje van Dijk, dochter van Pieter Hendriks van Dijk en Hendrikje Pieters Brouwer, geboren 10 november 1832 te Sint Annaparochie (Het Bildt) (), overleden 26 februari 1909 te Menaldumadeel (). Gehuwd op 16 april 1868 te Het Bildt () met Gerrit de Koe, vleeshouwer, zoon van Harmen Iepes de Koe en Jies Gerrits, geboren 4 mei 1821 te Hindelopen, overleden 20 september 1895 te Menaldumadeel