Coninck, Jan de (-1482)

Jan de Coninck, heer van Emmiclaer en Langenoorth, schepen van Amersfoort (1458-1470), meensman (1469), raad (1464-1465) en schepen (1467-1477, 1480-1481) en raadsburgemeester (1478-1479, 1482) van Utrecht, lid van de Ridderschap van Utrecht (1477-1482), zoon van Godevaert de Coninck en Beatrix Over de Vecht van Vliet, overleden 7 november 1482

Gehuwd in 1461 met

Johanna Fredericks van Draeckenborch, dochter van Frederick van Draeckenborch en Cornelia Taets van Oudaen

 

Bronnen: 1) ) Het geslacht De Coninck, J.A.R. Kymmeli. In: De Navorscher, jrg. 69 (1920), 2) Het Utrechtse geslacht De Coninck, G.A. Six. In: De Navorscher, jrg. 24 (1874), 3) hetutrechtsarchief.nl, 4) archiefeemland.nl, 5) onsvoorgeslacht.nl, 6) Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint Paulus, 1221-1667, J.C. Kort, 7) De nakomelingen van Aernt Ram en zeven Jutphase kastelen, Els van Mourik. In: Utrechtse parentelen vóór 1650, deel 7, 8) razu.nl, 9) NT00061_3. Nadere Toegang op inv. nr 3 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 10) NT00061_53. Nadere Toegang op inv. nr 53 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht

NB: Tegelijkertijd leefde ook zijn neef Jan de Coninck Jansz. Het is niet altijd duidelijk welke Jan het betreft.

Wapen zilver met 3 rode markiezenkronen.

In 14.. is Johan de Coninck beleent met veen en bos in Amerongen, belast met 2 penning. Hij is in 1437 als getuige vermeld.

Op 3 september 1454 ‘ Dinsdach na Sinte Egidiusdach’ is Jan Over de Vecht voor Jan de Coninck beleend met het goed Emmeklaar en Langenoorde, gerecht, tijns en tienden, wild en tam en toebehoren, bij dode van Goedert de Coninck diens vader. Op 19 februari 1496 Godert de Coninck bij dode van Jan, zijn vader.

Op 12 december 1459 ‘woensdages op sunte Lucien avont’ transporteren Claes Bot, zijn vrouw Belij en zijn moeder Fije, aan Jan de Coninck, te behoeve van het fraterhuis van Sint Jan, de eigendom van een hof op de Kamp, grenzend aan de stadwal en aan het fraterhuis, ter bekostiging van een mis op het Sint Pietersaltaar, eertijds bij testamentaire beschikking gesticht door Ermgaert van Lewen.

In 1461 zaterdach na St. Lambersdach geeft Eerst van Drakenborch Jfr Janna, zijn zuster, als medegave in haar huwelijk met Johan die Coninck o.a. ½ hoeve te Schalkwijk bij de hofstede Blochoven, leen van het Sticht van Utrecht. 

(?) In 1465 tienden van de Dom in Langbroek: 25-1 Johan Coninck.

In 1470 morgengeld in Amerongen:

  • In die Spijck: Jfr van Gaesbeeck + Jan die Coninck hoer kijflant 8 m, s wedue Roelof Aernts 1½ st, Herman die Monick 1½ st, rest Scade Aerntss 2 m 3 st en Jan Quint 3 m 2 st,
  • Opten Engker: Steven van Zulen sijn acker plach te behoren Jan die Coninck 1 OS

Op 18 mei 1476 ‘Hemelvaertsavont’ Johan die Coninc en Gerrit Mulert enerzijds, Johan van Draeckenborch, kanunnik ten Dom, en Vrederick Utenhamme anderzijds, als hijlicxlieden van Jacob Overdievecht en Jfr Geertruijt, met Erst van Draekenborch haar vader. Jacob brengt onder andere aan een erf en goet geheten ter Hulle in Wijk bij Duurstede, groot 20 morgen 4 hont thins- en tientvrij, noch 6 morgen aldaar, drie delen van de Rodenweert daer de Nonnen van Wijck ¼e deel af hebben, houdende de drie delen samen 31 morgen 5 hont wezende leen van de Proest van Oudmunster, twee ackers van ½ hont aen de Groenecrom, een kamp in dat Middellant 3 morgen 2 hont, 6 morgen 2 hont in Wegemaet, 4 hont in Wijckerweert, uijt Jan van Zijls huijs te Wijck 2 oude scilden, uijt Willem van Cleefs huijs 1 oude scilt, uijt een hof te Wijck 33 vlaems jaarlijks etc – al van zijn vaders en moeders erfenis. Johan Overdevecht zal zijn deel van de erfenis aan Jacob opdragen. Jfr Geertuijt, dochter van Erst van Draeckenborch, geeft o.a. ½ hoeve te Bunnick mee, tafelgoed geldende 9 beijerse gulden jaarlijks.

Volgens Kymmeli en Six wordt Jan in 1477, 1478 en 1481 door de Bisschop afgevaardigd over de stadsrechten, in 1478 naar Aartshertog Maximiliaan, om dezen in den Haag te begroeten en ’t muntwezen te bespreken en was in ’t zelfde jaar zegsman in een geschil tusschen de vrouwe van Brederode en Reinier van Broekhuisen. Hij verscheen op Dagvaarten: in 1478 te Harderwijk, in 1480 te Heeze en Oostbroek. In 1479 werd hij door den Bisschop in den ban gedaan. In 1481 trachtte hij Utrecht met den Burggraaf van Montfoort te bevredigen en in ’t zelfde jaar bracht hij, met Dirk van Zuijlen van de Haer, Utrechts krijgsvolk op de been, dat Amersfoort moest ondersteunen tegen de krijgsmacht van Bisschop David. 

J.A.R. Kymmeli citeert, in zijn artikel in De Navorscher, Van der Monde’s Tijdschrift uit 1843: “De schepenburgemeester Jan de Coninck werd op St. Willebrordusavond 1482, in de eerste kracht zijns mannelijken leeftijds aan de goede zaak door den dood ontrukt; hij was een wijs ende stout jonckman”.

 

Uit dit huwelijk:

Godert de Coninck, ridder van Olijphant, baljuw van Abcoude, raad en schepen van Utrecht (1483-1500), overste ouderman van het gilde der marslieden (1495-1496), overleden 15 juli 1528 te Utrecht (onthoofd). Gehuwd < 1489 met Mechteld Utenham, vrouwe van Bottestein, dochter van Johan Utenham tot Bottestein en Catharina van Loenresloot, overleden 11 oktober 1512. Gehuwd met Johanna Gijsberts van Nijenrode, dochter van Gijsbrecht van Nijenrode en Geertruid Taets van Amerongen

Frederick de Coninck

Cornelia de Coninck, non te Daell

Margaretha de Coninck, non te St. Servaes te Utrecht, overleden 1525

Elisabeth de Coninck

Catharina de Coninck, geprofess. juffer tot Sint Servaes t’ Utrecht

Ernst de Coninck, kanunnik van St. Pieter te Utrecht