Meijndertsz, Gosen (-<1631)

Gosen Meijndertsz, molenaar op de windkorenmolen op Loerick onder Houten, geboren te Harmelen, overleden < februari 1631

Gehuwd met

Dirckgen Peters, overleden > 24 januari 1661

Ondertrouwd februari 1631 te Wijk bij Duurstede en gehuwd te Houten met

Herman Petersz

Gehuwd met

Aert Bartsen, molenaar op de windkorenmolen op Loerick onder Houten, overleden > 24 januari 1661

 

Bronnen: 1) hetutrechtsarchief.nl, 2) razu.nl, 3) NT00061_22. Nadere Toegang op inv. nr. 22 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 4) oudhouten.nl, 5) De Loerikse molen, R.J. Butterman. In: Het Kromme-rijngebied. Tijdschrift voor de geschiedenis van het gebied tussen Kromme Rijn en Lek, 18de jaargang, nummer 3, september 1984, 6) Enkele opmerkingen over de historie van de korenmolen in ‘t Goy, Casper A. van Burik. In: Het Kromme-rijngebied. Tijdschrift van de historische kring ‘Tussen Rijn en Lek’, jaargang 47, nummer 3, september 2013

NB: Dirckgen Peters is mogelijk dochter van Peter Fransz en Lubbertgen. Peter is van 1595 tot 1601 genoemd als molenaar op de molen op Loerick.

Op 18 mei 1609 transporteert Henrick Eelgisz de helft van de wijnt en coornmeulen te Houten op Loerick, aan Gosen Meijndertsz van Ermelen jegenwoordig molenaer aldaar. Links de Loerickse molen op een kaart uit 1626 (bron: Casper A. van Burik 2013 en oudhouten.nl).

Op 28 april 1620 verklaart Cornelis Hermansz wonend Goij schuldig te wezen aan Gosen Meijnertsz molenaer int Goij 50 gu verzekerd op een erfgen int Goij 17 roe lang, 2½ roe breet, thinsgoed. 

In het overzicht van consumptiegeld Houten en tGoij uit 1627 is vermeld: Goessen Meijnertss meulenaer 1-4-0.

Op 31 mei 1649 Adam Schaep wijncoper tUtrecht x Anna dRoij, enige erfgename van Maria dRoij haer suster en zo trecht hebbend van de navolgende plecht, transporteert op Joost Wtenes x Franchijnt gen Slosius plecht van 500 gu verleden door Goossen Meynertss gewoont hebbend op Loerick t.b.v. zaliger Adriaen Jansz de Roy schout ten Dom, gevestigd op huijs etc op 1m te Loerick daer nu eijgenaer van is Aert Bartenss molenaer, al volgens plechtbrief van 10 december 1612.

Op 1 december 1655 stelt Dirckgen Peters geh. met Aert Bartss wonende te Houten haar testament op. Ze benoemt tot haar erfgenamen haar kinderen Meijndert Gosenss, Jan Gosenss, Evert Gosenss en de vier kinderen van haar dochter Neeltgen Goosens.

Op 10 november 1658 testeren Aert Bartss, molenaer te Houten x Dirckgen Petersdr; genoemd de actie die Bart Aertsz mocht hebben.

Op 31 januari 1659 verzoeken Aert Bartsen molenaer te Houten x Dirckjen Peters registratie van acte van 10 november 1658 bij N. de Cruijff, notaris.
Op 7 mei 1659 voor Frans van Linden schout, Cornelis de Ridder en Adriaen Adriaensz van Schaijck schepenen van Houten, competeert Dirckgen Peters huisvrouw van Aert Bartsz molenaer te Houten en Jan Gosensz haer soon, en transporteert op Evert Gosensz haer jongste zoon een windcorenmeulen met seijlen etc, 6 gu 6 st jrl t.b.v. de Domeijnen.

Op 24 januari 1661 draagt Dirckjen Peters huisvrouw van Aert Bartsen molenaer te Houten, met Jan Goosens haer soon op aan Evert Goosens haer jongste soon een wintcorenmeulen en huijs etc en 1 m op Loerick (daer de meulen op staet) belast met de uijtganck van de wint, 6 gu 6 stu jrl t.b.v. de Domeijnen tUtrecht en 1100 gu capitael.

 

Uit dit huwelijk:

Meijndert Gosensz. Ondertrouwd 20 januari 1659 te Montfoort en gehuwd te Houten met Marrijgje Dircks, geboren te Montfoort

Jan Gosensz Weijman, overleden 1661-1667. Gehuwd met Metgen Aerts, overleden 1667-1675

Evert Gosensz

Neeltje Goosens, overleden < 1 december 1655