Gijsbrecht Aerntsz Pieck ‘de Goede’, heer van het Hoge, Lage en Blauwe Huis te Beesd, tollenaar (1404-1405, 1412-1413), (overste) rentmeester van Gelre (1413-1430), ambtman van Beesd en Rhenoy (1414), raad van Gelre (1414-1416), thesaurier van Holland (1420), zoon van Arnt Pieck en Ida Alards van Buren, geboren ca. 1385, overleden 1439-1441
Gehuwd < 1419 met
Idelard Alards de Swart, dochter van Alard de Swart, overleden < 1424
Gehuwd in < 1424 met
Wilhelmina van Heukelom van Acquoij, vrouwe van Tienhoven, dochter van Walraven van Heukelom van Acquoij en Johanna van de Merwede, overleden > 8 september 1458
Bronnen: 1) Het geslacht Pieck, W. de Haas. In: Heraldieke bibliotheek, tijdschrift voor geslacht- en wapenkunde, 1882, 2) geldersarchief.nl, 3) bhic.nl, 4) historischcentrumlimburg.nl, 5) archiefroermond.nl, 6) dbnl.org, 7) onsvoorgeslacht.nl, 8) Repertorium op de lenen van de hofstede Klingelenberg, 1377-1804, J.C. Kort, 9) Repertorium op de lenen van de hofstede Ammerzoden, 1388-1794, J.C. Kort. In: Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Noord-Brabant en de Bommelerwaard, jrg. 33 en 34 (2009-2010), 10) Repertorium op de lenen en tijnsen van de proosdij van Oudmunster, 1238-1661, J.C. Kort. In: Historische reeks Kromme-Rijngebied, deel 11, Historische Kring Tussen Rijn en Lek. Houten, 2010, 11) Beginreeks 224 (Heinsberg-Valkenburg-Heukelom-Pieck). In: Gens Nostra, jrg. 46 (1991), 12) De adellijke geslachten Van Culemborg en Van Vianen, stammende uit de heren van Bosinchem, alsmede de uit de Van Culemborg’s spruitende heren van Boxmeer, Dr. A.W.E. Dek. In: De Nederlandsche Leeuw, jrg. 92 (1975), 13) Bijdrage tot de genealogie van het geslacht Van Arkel, Dr. A.W.E. Dek. In: De Nederlandsche Leeuw, jrg. 83 (1966), 14) web.archive.org
Links het zegel van Gijsbrecht Pijeck op 22 juli 1423. Randschrift: SIG GHIIS/ BERT PIEC. Voorstelling: schild met kruis waarboven een gewende helm met stappende haan als helmteken (Bron: Gelders archief, Charterverzameling, nummer 0243 – 857/8).
Op 19 juli 1414 ‘des donredages na der heilige apostelendach divisonis’ stelt Reijnalt hertog van Gulick zijn raad en overste rentmeester van Gelre Giisbert Pieck aan tot ambtman te Beesde en Renoij, ter voldoening eener schuld van 1000 rijnsguldens, regelt uitvoerig zijn rechten en verplichtingen als zodanig en belooft hem tenminste acht jaar op deze voorwaarden als ambtman te zullen handhaven.
Als onderdeel van de Hoekse en Kabeljauws twisten vindt tussen 1417 en 1425 de strijd om de macht in Holland en Zeeland plaats tussen Jacoba van Beieren, enige kind van graaf Willem VI, en haar oom Jan van Beieren. In het ontstane machtsvacuüm na het overlijden van Willem VI, verovert Willem van Arkel Gorinchem, maar stadhouder Walraven van Brederode herovert de stad in 1417. Hierbij worden Gijsbrecht en zijn broers gevangen genomen. Jacoba’s positie is echter zwak en zijn steunt eenzijdig op de Hoekse partij. Daarop laat haar oom Jan van Beieren zijn aanspraken op Holland gelden en kiest partij voor de Kabeljauwen. Gijsbrecht is met zijn broer Otto Pieck in dienst van Jan van Beieren, wiens raad hij is in 1419. In 1420 neemt hij, als thesaurier van Holland, deel aan het beleg van Leiden. Hierbij geeft de stad zich op 17 augustus 1420, na een belegering van twee maanden, over aan Jan van Beieren.
Op 29 september 1420 ‘op sinte Michiels dach archangeli’ erkent Reijnalt hertog van Gulich nog 600 rijnsguldens ontvangen te hebben van zijn ambtman te Beesde en Renoij Giisbert Pieck, volgens brief van 19 juli 1414, en maakt bepalingen omtrent de lossing van dit ambt en andere aan de ambtman verpande domeinen te Beesde en Renoij. Gijsbert Pieck op zijn beurt bekent, dat de hertog telken jare met 3000 Rijnse gulden weder zoude kunnen lossen de erve, tienden, goederen, grute en bierzijse te Beesde, zoo als dezelve hem die tot een regten manleen gegeven had.
In 1421 pacht Gijsbrecht de tol te Gorinchem.
Op 4 juli 1422 bezegelen Johan Schellart van Obbendorf, ridder, hofmeester van de hertog, Gijsbert van Mekeren, overste rentmeester, Gijsbert Pieck en Zweder, proost te Elst namens de hertog van Gelre het vredesverdrag gesloten met Frederik van Blankenheim, bisschop van Utrecht en de steden Utrecht en Amersfoort.
Op 17 november 1422 ‘des dijnsdaeges na sinte Martijns dach in den wijnter’ bevestigt Reijnald hertog van Gulich de verpanding aan Giisbert Pijeck van zijn tienden te Beesd, het land de Stapelacker, de gruit en bieraccijns aldaar, alsmede een tiend te Renoij, welke door hem als manieën ontvangen goederen hij tezamen met het ambt te Beesd en Renoij zal mogen behouden niettegenstaande de losbrief, die de hertog van hem heeft ontvangen.
Op 27 januari 1423 is Gijsbert Pieck voor Willem van Heukelum van Acqoij, jonkvrouw van Tienhoven, zijn vrouw, beleend met 1) de wind van Enspijk met molenwerf, 2) een uiterwaard strekkend boven de weerdse molen van de dijk in de Linge, met de hofstede en de timmering daarop strekkend tot Staasken van Loon met zijn kampje, 4½ morgen tussen de dijk en het dorp Beesd, 4 morgen in het Nieuwe land en 15 morgen in ’t Vorstebroek, 3) de grote tiende in Malsen, half te delen met de gavel met de heren van St. Marie te Utrecht met de Koppeltiende, 4) de hoge heerlijkheid op Outena in de Tienhoeven met de tienden aldaar, 5) een derde van de oude tiende van Rumpt en het derde deel van de smaltiende aldaar, bij dode van Walraven haar vader, en Otto van Heukelum haar broer.
Op 24 juli 1423 verklaren Arnold, hertog van Gelder en Gulik en graaf van Zutphen, en Adolf, hertog van Kleef en graaf van Mark, dat tussen hen en de steden, sloten en onderzaten van beider landen een verdrag is gesloten, dat elke opvolgende landsheer zal bekrachtigen alvorens hij door de steden ingehuldigd wordt, luidende: 1) men zal elkaars steden, versterkingen en landen niet benadelen, 2) geschillen over onroerend goed zal men voeren voor de gerechten waar deze gelegen zijn, geschillen over vorderingen zal men voeren voor het gerecht van de woonplaats van de schuldenaar en men zal onvertogen recht laten geschieden, 3) beide partijen zullen elkaar in een eventuele oorlog bijstaan behalve in een oorlog tegen het heilige Roomse rijk en Johan, hertog van Brabant en Limburg, niet in een oorlog tussen de hertog van Kleef en hertog Johan van Beieren en evenmin tussen de hertog van Gelder en de bisschop van Keulen, 4) Arnold zal ervoor zorgen dat zijn zoon Johan deze akte bekrachtigd. Medebezegelaars zijn de raden en vrienden van de hertog van Gelder namelijk Johan, heer te Egmond, vader van de hertog, Johan, heer te Culemborg, Derich, heer te Wische, Johan, heer te Waardenburg, Gijsbert van Mekeren, overste rentmeester, en Gijsbert Pijeck. Namens de hertog van Kleef: Wessel, proost te Wisschel, Willem van Rees, Arndt van Ressen, ridder, Peeter van Culenborch, Geerlach van Voschem, Elbert van Alpen, Henrick Schenck van Nijdeeghen en de steden Nijmegen, Roermond, Zutphen, Arnhem, Gelder, Goch, Venlo, Erkelenz, Grave, Bommel, Tiel, Wageningen, Harderwijk, Elburg, Hattem, Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo en voorts Kleef, Wesel, Emmerik, Kalkar, Rees, Uedem, Sonsbeck, Griet, Huissen, Kranenburg, Buderich, Orsoij, Dinslaken, Holten, Schermbeck en Griethausen.
Gijsbrecht koopt in 1424 het Lage Huis te Beesd van Willem van Buren.
Op 19 september 1428 Arnold hertog van Gelre enz. beleent Wilhelmina van Ackoije, echtgenote van Gijsbert Pieck, zijn raad, met huis, hofstede en 4½ morgen lands en een uiterwaard tussen Linge en de Weerdsche Molen, 15 morgen onder Beesd (de Weerdenberchse kamp), 4 morgen in ‘t Nijelant naast Willem van Brakel met den grooten tiend in Borgmalsen, koppeltiend in het land van Buren, en de wind te Enspijck.
Wilhelmina van Heukelom wordt getocht in 1429 en erft van haar neef Jan Herbarensz van Heukelom van Acquoij het Blauwe Huis (het Huis op den Wiel) te Beesd.
In 1433 is Gijsbrecht de magescheidsvriend van Johan van Langerack, ridder.
Op 4 april 1434 ‘op den Sonnendach quasimodogeniti’ verpandt Arnolt hertog van Gelre zijn raad Giisbert Pieck voor 1525 rijnsguldens zijn tiend te Romde.
Op 24 december 1437 ‘opten heiligen Korstavont’ erkennen Jan van Arkel, heer tot Hoekelom, Jan van Culenborch en Willem van Dorschen hoofdelijk schuldig te zijn aan Giisbrecht Pieck van Beesde 100 goudguldens.
Op 29 september 1438 is Zweder van Rechteren, heer van Voorst en Keppel, beleend met de vrije heerlijkheid Asperen gelegen tussen Laarsteeg en Broekvliet met hals en hoofd, hoog en laag gerecht, bij dode van Kunigonde van Asperen, zijn moeder, waarna overdracht aan Arnout Piek van Beesd Gijsbertz, wiens vader zal beheren.
Gijsbert koopt in 1439 de visserij te Brakel.
Op 19 maart 1441 oorkonden schepenen van Beesd dat Arnt Pieck, heer van Asperen, en jonkvrouw Willem van Ackoijen, jonkrouwe van Tijenhoeven, weduwe van Gijsbert Pieck, overgedragen heeben aan Gijsbert Morijnt ten behoeve van heer Arnt van Heerler, ridder, voor schepenen van Rhenoij de volgende landerijen in Rhenoij, te weten het Corte Zant met het weitje, de twee Corte Kampen, den Hoijcamp opten Wijelgrave, den Cleijnen Corbeelskamp, den Groten Molenkamp, den Cleijnen Molencamp en den Groten Corbeelskamp.
Op 20 maart 1441 ‘des maendages voir Onser Vrouwen dach annunciacio’ oorkonden schepenen van Rhenoij dat jonkvrouwe Willem van Tijenhoeven, weduwe van Gijsbert Pieck, en Aert Pieck, heer van Asperen, overgedragen hebben aan Gijsbert Moerijnc ten behoeve van heer Aert van Heerler de volgende goederen in Rhenoij, te weten op dat Cort Zant, de Cleinen Hoijcamp, twee Carbeelencampen, twee Corte Campen, den Cleinen Molencamp en den Groeten Moelencamp, totaal 50 morgen en 4½ …
Op 22 oktober 1441 is Otto de bastaard van Acquoij voor Willem van Acquoij, weduwe Gijsbert Pieck, bij overdracht door Wouter van Heemskerk voor Katharina van Acquoij, diens vrouw, beleend met:
- de tiende van Tienhoven met heerlijkheid, hoog en laag, in het kerspel Everdingen op Outena, strekkend van de opstal van Gouwenesser wetering tot de Bolgerijse kadewaarna overdracht 23 oktober aan Jan van Balveren met lijftocht van Johanna van Herlaar van Meerwijk, diens vrouw. Op 8 september 1458 Otto Pieck van Beesd, zoon van wijlen Gijsbert Pieck, bij overdracht door Otto, bastaard van Acquoij, voor Willem van Acquoij, weduwe,
- een derde van de tienden van Rumpt, waarvan de heer van Gelre een derde heeft en het kapittel St. Marie te Utrecht een derde. Op 3 juli 1450 Adriaan van Balveren zoals Jan, zijn vader, waarna overdracht aan Otto van Haaften van Rhenoij voor Evert van Balveren, zijn zuster en diens vrouw.
In 1442 transporteert Wilhelmina de molen te Enspijk aan haar zoon Walraven en, met behoud van lijftocht, de uiterwaarden van Beesd ‘daer Walravens huijs op staet’ (het Blauwe Huis) en diverse andere stukken grond te Beesd op haar dan nog minderjarige zoon Otto.
Op 29 december 1450 verkopen Willem (van Heukelum) van Acquoij, vrouwe van Tienhoven, Arend Pieck van Beesd, heer van Asperen, Walraven Pieck en Otto Pieck en Walraven en Jut Pieck Gijsbert Piecks dochters, voor schepenen te Deil de aan Gijsbert Pieck verpande tienden te Romde (Rumpt) aan Godert van Erp.
Uit het 1e huwelijk:
1 Aleid Pieck, overleden (?) 3 november 1484. Gehuwd met Arnt van Herlaer, ridder, heer van Herlaer, zoon van Arent van Herlaer en Lijsbeth van Braeckel, overleden 12-27 januari 1473. Gehuwd met Gerijt van Strijen, broeder tot Sevenbergen, overleden 1476-1482
Uit het 2e huwelijk:
1 Arnt Gijsbertsz Pieck, ambtman van Beesd en Rhenoij, heer van half Asperen en het Hooge Huis te Beesd, overleden < 1474. Gehuwd in 1444 met Belia Ottens van Polanen, dochter van Otto van Polanen en Johanna van Voorst en Keppel, overleden 1478
2 Walraven Pieck, ridder, heer van Wolfswaard en het Lage Huis te Beesd, overleden 1492-1493. Gehuwd met Catharina Costens van Berchem, dochter van Costen van Berchem en Margriet Coelput. Gehuwd in 1460 met Maria Hugemans van Strijen, dochter van Hugeman van Strijen en Geertruid van Heesbeen
3 Otto Pieck, heer van Tienhoven en het Blauwe Huis te Beesd, schepen van Beesd, overleden < 12 februari 1507. Gehuwd met Johanna Hendriks van Vianen, vrouwe van Jaarsveld, dochter van Hendrick de Rover van Vianen en Celije van Herlaer, overleden > 9 juli 1481
4 Walravina Gijsberts Pieck, overleden 1481-1482. Gehuwd in 1452 met Johan van Blitterswijk, heer van Blitterswijk, zoon van Arnt van Blitterswijck en Elisabeth van der Donck, overleden 1468-1470. Gehuwd > 1469 met Barthold van Baexen
5 Adriana Gijsberts Pieck, overleden > 1482. Gehuwd met Godert van Erp, heer van Veghel, zoon van Walram van Erp, overleden < 1482
7 Floris Gijsbertsz Pieck, overleden < 1486