Jacob Spruut, schout van ’t Wael (1434, 1435), overleden > 21 september 1447
Bronnen: 1) razu.nl, 2) NT00061_9. Nadere Toegang op inv. nr. 9 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 3) NT00061_23. Nadere Toegang op inv. nr. 23 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 4) NT00061_42. Nadere Toegang op inv. nr. 42 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 5) NT00061_53. Nadere Toegang op inv. nr. 53 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht
NB: Jacob Spuut zou de zoon kunnen zijn van Diederic Sprutensoen die in 1382 voorkomt in de registers van Tull en ’t Waal. In 1342 komt daar een Jacob Spruijt voor.
Op Do na St Aechtendach 1401 voor Henric Johanss scout te Honswijk, compareert Johan de Heelt en Hughe de Heelt die in erfpacht ontvangen 2 1/2 m (omschreven als eodem anno). Over als lantgenoten Dirc Stultinc, Gherijt Hubrechtss en Jacob Spruijt.
Op 25 mei 1420 voor Willam Zasse richter te Honswijck compareert Hughe die Heelt en transporteert een acker aan Johan Engbertsz en Melis Scavaert gasthuijsmeesters te Culemborch, strekkend uijte
Weteringe aen de Middelwech. Over waren Jacob Sprwt, Jan Henricss en Peter Willamsz.
In 1427 rekeningen van de Bisschop van Utrecht, van Scalcwijc:
- Eerst van Herdenbroec 1 m weijts, hoert St. Barbaragasthuijs leijt after Tulrekerc, bruuct Jacob Spruut – 7 scilden,
- Geriit Spruut 14 hont weijts leijt bi Blomesteijn, bruuct Jacob Spruut is over tot Cul., dit erf hoort de heren te Sertrosen toe – 14 scilden.
In 1429 rekeningen van de Bisschop van Utrecht, oorlogsrekening van de Bisschop: Jan Aelbertss van Amsterdamme en Aernt Oghe 11 hont weijts hoort St. Barbaren gasthuijs en bruuct Jacob Spruut after sijn huijs. Jan en Aernt segghen dat Gijsbert Coernken hen dat coern heeft ontmennet.
In 1432 ‘Sab. die post Agniete’ Jacob Spruijt to Honswijck verwilkoert Jacob Sloij te Betalen clxvi vr. scilden en 2 cromstert.
Op 24 januari 1433 Jacob Spruijt te Honswijc verbindt zich om Jacob Sloijer te betalen 166 oude vrancr. scilden 2 etc.
In 1447 op St. Matheusdach ontvangt Peter van Ingen 5 morgen onderdeel met Willem Zuermont daer Jacob Spruut nu op woent.
In ca 1460 Henrick Trant, Dirck van der Weijde en Mechtelt Herman Coevoets wijf was hebben een vicarie gesticht in de kerck te Honswijck daer Gherijt heer tot Culenborch collator af is. Heer Jan van Bloemesteijn, ridder, had lang verleden in Honswijck een cappelle gesticht staende aen de Leckendijck bij de Bloemensteijnsen Nijenwech. Heer Jan van de Velde is besitter van de capelrie nu ter tijt. Heer Gerrit Jacobsz en Dirck van der Weijde gebroeders, geboeren van Bloemesteijn, kinderen van Jacob Spruut, willen beijde samenvoegen. Zij melden dat hun vader alsmede Jan die Heelt, Huijghe die Heelt, Aernt Stulinx sone en meer andere oude buerluijden in Honswijck beleefd hadden de oorlog tusschen Arckel en Vijanen toen was de kerck verbrant en een man door het raem van de kerck doot geschoten en vele huijslieden gevangen meegevoerd. Zij hadden 100 oude scilden ontvangen ter reparatie, maar dit was te weinig etc.
Kinderen:
2 Gerijt Jacobsz Spruut