Worff, Willem Gerritsz de jongen (-1600/02)

Willem Gerritsz den jongen Worff, schepen van Jutphaas Nedereijndt (1577, 1579, 1587-1588, 1594), broeder van het OLV-Broederschap in de kerk van Jutfaas (1600), zoon van Gerrit Gerritsz en Neeltgen Splinters van Rossum, overleden 1600-1602

Gehuwd met

Beertge Claes van Roijen, dochter van Claes Jansz van Roijen en Maria NN, overleden 1606-1609

 

Bronnen: 1) hetutrechtsarchief.nl, 2) razu.nl, 3) NT00061_27. Nadere Toegang op inv. nr. 27 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 4) NT00061_28. Nadere Toegang op inv. nr. 28 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 5) NT00061_45. Nadere Toegang op inv. nr. 45 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 6) onsvoorgeslacht.nl, 7) De parenteel van Eerst van Royen en zijn zeven zonen, Denis Verhoef. Utrechtse parentelen voor 1650, deel 8. Hollandse Vereniging voor Genealogie ‘Ons Voorgeslacht’

Op 29 november 1574 transporteren Adriaen Jansz die klompmaecker, burger te Utrecht, en zijn huisvrouw Judith Claesdr aan Cornelia weduwe Gerrit Gerritsz, en haar schoonzoon Willem Gerritsz een huijsinge ofte twee cameren te Utrecht aan de Nieuwstraat westzijde. Op 13 december 1593 transporteren Adriaen Gerritsz te Jutphaas en zijn vrouw Cornelia, bij wie hij geboorte heeft, weduwe van Gerrit Gerritsz, met zoon Gerrit Gerritsz gehuwd met Merrichgen Cornelisdr (bij wie geboorte), Jan Roeloffsz gehuwd met Jannichgen Gerritsdr en Annichgen Gerritsdr, en Willem Gerritsz als gehuwd met zijn huisvrouw (bij wie geboorte) aan Frans Pouwelsz, burger te Utrecht en zijn huisvrouw, deze huijsinge ofte twee cameren.

Op 3 december 1583 Willem Gerritsz de Jonge voor hemzelf x Beertgen Claes van Roijensdr, Gerrit Gerritsz voor hemzelf en de vrsz Willem & Gerrit als broers en voogden van Jantgen, Cunera en Annagen kinderen van zaliger Gerrit Gerritsz bij Neeltgen Splintersdr van Rossum, nu gehuwd met Adriaen Geritsz wonend Jutphaas Nedereijndt, vertegen t.b.v. stiefvader en moeder.

Ca. 1587 Jan Jansz Schouten als principael, Willem Gerritsz de Jonge als mede-principael beijde wonend Jutphaas Nedereijnt verklaren schuld aan Adriaentgen Cornelis Adriaensdr.

In 1589 gebruikt Willem Gerritsz de Worff in Jutphaas Nedereijndt 4 morgen. In 1596 Willem Gerrits de Jonghe, idem.

Op 2 oktober 1594 transporteren Aert van de Zande, drossaert te Hagestein en zijn vrouw Weijntgen Melchiordr Verhuel voor 900 gulden aan Willem Gerritsz de jonge, schepen, en Claes Gijsbertsz, gebuere, ieder de helft van 10 morgen land in het Nedereind van Jutphaas.

Op 16 juli 1597 Adriaen Gerritsz won. Jutfaas verklaart schuldig te wezen aan Huijbert Verbeeck x Commertge 18 gu 2 st i.v.m coop van jonge lammeren. Op 30 juli 1597 Willem Gerritsz en Jan Gerritsz in Jutfaas idem vanwege idem 100 gu; eodem die Jan Dirckx van Roijen in Jutfaas geheel alsvoren 32 gu 6 st; 27 augustus 1597 Dirck Claesz van Roijen in Jutfaas geheel idem 43 gu 2st; en 3 december 1597 Cornelis Gerritsz te Jutfaas alsvoren 153 gu 2 st.

In het register van oudschildgeld in Jutfaas Nedereind uit 1600 is vermeld:

  • 5 morgen: eigenaar heer Aert Venroeij vicaris St Marie, gebruiker Willem Gerritsz,
  • 10 morgen: eigenaar Willem Gerritsz de helft, gebruiker zelf,
  • 2 morgen: eigenaar Willem Gerritsz, gebruiker zelf. In 16.. Thonis Claesz Wurff,
  • 2 morgen: eigenaar Willem Gerritsz, gebruiker zelf. In 16.. Thonis Claesz Wurff,
  • 4 morgen: eigenaar Margriet van Leeuwen, gebruiker Willem Gerritsz,
  • 4 morgen: idem, gebruiker Willem Gerritsz,
  • 8 morgen: eigenaar vicarie Oudmunster, gebruiker Willem Gerritsz,
  • 4 morgen: eigenaar het Pestgasthuis, gebruiker Willem Gerritsz,

In het register van oudschildgeld in Jutfaas Overeind uit 1600 is vermeld:

  • 8 morgen: eigenaar St. Paulusabdij, gebruiker Willem Gerritsz,
  • 24 morgen met een huijs: eigenaar dhr van Nijenrode, gebruiker Willem Gerritsz,
  • 12 morgen: eigenaar erfg. Mr Dirck Verkerck, gebruiker Willem Gerritsz,
  • 4 morgen: eigenaar Willem Gerritsz 1/3e deel, gebruiker zelf,
  • 4 morgen: eigenaar Jfr van Sompeecken, gebruiker Willem Gerritsz,
  • een halve hoeve: eigenaar Mr Anthonis van Loon, gebruiker Willem Gerritsz

Op 1602 petri huurt Beertgen Willem Gerrits’ weduwe 4 m in Jutfaas van Leeuwenberchs gasthuijs. Op 6 januari 1610 huurt Gerrit Willemsz, zoon van Willem Gerritsz won. Jutphaas Nedereijnt 4 m in Jutfaas van het Leeuwenbergsgasthuijs.

Op 25 juli 1605 constitueert Beertgen Claes van Roijensdr won. Jutfaas voor haarzelf en als erfgename van Jan Willemsz haar zoon.
Op 7 december 1605 Beertgen Claes van Roijensdr, enige erfgename van Jan Willemsz haar zoon – Willem Willemsz van Bemmel als x Adriana zijn huisvrouw petemoeder en erfgename van Henrick Claes Jansz, zoon van Claes Jansz en Neeltje zijn huisvrouw die lest Jan Willemsz vrsz huisvrouw was.

Op 21 maart 1607 huurt Gerrit Willemsz in Jutphaas Overeijndt 7 m in Laagraven die zijn vader Willem Gerritsz lest had, van Mr Jacob van der Burch als x Johanna zaliger Fransdr van Sneeck; 22 februari 1617 geheel idem.

Op 4 september 1609 pacht Gerrit Willemsz won. Jutphaas Nedereijnt ½ hoeve van 8 m in Jutphaas Nedereijnt die Beertgen Claes van Roijensdr zijn moeder lest had.

 

Uit dit huwelijk:

Jan Willemsz, overleden 1602-1605. Gehuwd met Neeltje Hendricks

Gerrit Willemsz Worff, overleden 1619-1625. Gehuwd met Annichgen Henrickx. Gehuwd 30 januari 1619 voor het gerecht te Utrecht met Fijchgen Jan Jans, overleden > 28 maart 1661

Jantgen Willems, overleden ≤ 1627. Gehuwd met Jan Dircksz Verhoef, herbergier, overleden > 26 januari 1642

Anna Willems, overleden ≤ 1627. Gehuwd met Jan Sebastiaensz, zoon van Sebastiaen NN en Jannichgen Dircks, overleden < 16 oktober 1612. Gehuwd met Jan Dircksz, overleden ≤ 1627

Kunera Willems

Adriaen Willemsz Worff, schepen van Jutphaas Nedereijndt, overleden > 3 april 1639

Claes Willemsz Worff