Zulen van Natewisch, Gherijt van (ca. 1390-1436/38)

Gherijt van Zulen van Natewisch, heer van Zuijlensteijn en Natewisch, zoon van Jan Wouterz van Zuijlen van Natewisch en Oeda Floris van Broekhuijzen, geboren ca. 1390, overleden 1436-1438

Gehuwd met

Foijse Matheus Poth, dochter van Mattheus Pott en Elsebe Mouwer, overleden > 26 juli 1438

 

Bronnen: 1) hetutrechtsarchief.nl, 2) Genealogie “Van Zuijlen van Natewisch”, J.W. des Tombe. In: De Navorscher, jrg. 53 (1903), 3) Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Mr. J. J. S. Baron Sloet en Dr. J. S. Van Veen. Leenen buiten Gelderland (Uitheemsche leenen), 1912, 4) onsvoorgeslacht.nl, 5) Repertorium op de lenen van de bisschop van Utrecht in de provincie Zuid-Holland, 1298-1649, J.C. Kort. In: Ons Voorgeslacht, jrg. 44 (1989), 5) Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649, J.C. Kort. In: Ons Voorgeslacht, jrg. 27, 35 en 37 (1972, 1980 en 1982), 6) razu.nl, 7) NT00061_3. Nadere Toegang op inv. nr 3 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 8) NT00061_9. Nadere Toegang op inv. nr 9 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 9) NT00061_15. Nadere Toegang op inv. nr 15 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 10) NT00061_23. Nadere Toegang op inv. nr 23 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 11) NT00061_29. Nadere Toegang op inv. nr 29 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 12) NT00061_37. Nadere Toegang op inv. nr 37 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 13) NT00061_42 Nadere Toegang op inv. nr 42 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 14) NT00061_45 Nadere Toegang op inv. nr 45 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 15) NT00061_53 Nadere Toegang op inv. nr 53 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht

Links het huis Natewisch in 1646-1647. Het is een tekening van Louis Philip Serrurier uit ca.1730, naar een tekening van Roelant Roghman uit 1646/47 (catalogusnummer 201645 / collectie Het Utrechts Archief).

Het kasteel wordt in 1270 voor het eerst vermeld. De eerste leenheer is Gijsbert van Zuijlen. De Natewisch is tot 1689 in bezit van de familie Van Zuijlen van Natewisch. In 1663 sterft David III van Zuijlen van Natewisch en zijn dochter Emerentia erft Natewisch. Zij trouwt met Joost Taets van Amerongen, waarmee Natewisch in bezit komt van deze familie.

Op 11 februari 1416 voor Willam die Wit van Werenstein en Henric Roest, richters in Amerongen, compareren Henric van Zulen en Gerijt van Zuelen gebroeders en Mechtelt van Zulen hoer suster, en transporteren op Bernt Utenenghe 20 m in Amerongen.
Op 21 juli 1416 ‘op sinte Marien Magdalenen avont’ nemen Henric en Gherijt Van Zulen, gebroeders, van het kapittel (van St. Pieter) in lijfpacht de korentienden van Over-Natenwissche en Neder-Natenwissche in het kerspel van Ameronghen, en zulks op de voorwaarden, vervat in ’s kapittels hier ingelaschten brief dd. 1416 (Juli 15) op Alre apostelen divisio dach, die was opten 15 dach van Julio.

Op 14 juli 1419 meldt Gerrit van Zulen verkocht te hebben aan Bernt Utenengh 20 morgen te Amerongen opte Corenweert, 12 morgen achter het huijs Natewisch te Amerongen, de helft van 12 morgen in Amerongen onderdeijlt met Steven Claes Ruwensoenssoen en nog land in Nederlangbroek (½ hoeve strekkende van Broekwetering tot de landscheiding) en 4 morgen te Cothen strekkende van de Spijck tot aen der Mate. Gerrit van Zulen mag het binnen 4 jaar lossen.
Eveneens op 14 juli 1419 voor Dirc Borre Aerntss scout te Amerongen en Evert van Keppel idem, compareren Gerrit van Zulen x Jfr Foijse sijn wijf, en transporteren 12 m after thuijs Nathewisch strekkende tot Amerongerdijck, almede de helft van 12 m opte Corenweert onderdeeld met Steven Claes Malsensoenssoen en Johan van Hoenhorst daer Gerrit vrsz zelf boven zit, op Bernt Uten Enghe. Hier waren over Dirc van Broechuijsen Aerntss, Willem Scade van Westrum en Henric Roest lantgenoten.

Op 28 januari 1421 is Gerit van Zulen beleend met 2 blokken tienden onder Reeuwijk, n.l. het Sijetiendekijn en het blok genaamd de Grote Wilnesse, bij dode van zijn broer Henric van Zulen. Op 17 oktober 1443 Johan van Zuijlen van Natewisch bij dode van zijn vader Gerit van Zuijlen van Natewisch.

Op 16 juni 1423 ‘wo na Odulphi’ ontvangt Gerijt van Zulen, hem aangekomen van zijn broeder Henric van Zulen, de Dickenbosch, Dunnenbosch, Langhenacker en de Hoeijcamp bi Broechusen. Over Gerijt van Killensteijn en Dirc van Broechusen.

Op 26 februari 1424 is Gerrit van Zuilen van Natewisch beleend met 3½ morgen in Linschoten, genaamd Ruijschen land, en 8 morgen land bij het huis te Nesse, met lijftocht van Foijse dochter van Matthijs Pot op de helft, en hij belooft de leenheer Jan van Montfoort ’te dienste te comen, als ’t nodich is, met 4 peerden ende drie knechten’. Op 7 januari 1435 Gerrit van Zuilen van Natewisch draagt over aan de leenheer, bevestigd door Jan van Zuilen, zijn zoon.
Op 27 februari 1424 wordt Gerrit van Zuilen van Natewisch beleend 6 morgen land op IJsselveld en met een hoeve land in Kattenbroek, met lijftocht van Foijse dochter van Matthijs Pot, zijn vrouw. Op 14 september 1438 Jan van Zuilen bij dode van Gerard zijn vader.
Op 29 februari 1424 ‘opten lesten dach van februario’ verbindt Gerijt van Zulen van Nathenwisch zich, als leenman van de „hofstat” te Montfoort en op verbeurte zijner leengoederen, om bij opontbod van Johan, burggraaf van Montfoort, hem met vier paarden en drie knechten te komen helpen bij de verdediging van het slot te Montfoort of elders, of om bij verhindering een goeden man in zijne plaats te zenden.
Op 24 juni 1424 ‘Corsavont’ transporteert Johan van (?) Rijn aan Gerijt van Zulen van Natewisch 5 Wilh. oude scilden en 1 oude botdrager.

Op 23 apil 1426 belooft Danijel van Loenresloet om Peter jonker van Culenborch, schadeloos te zullen houden voor diens borgtocht tegenover Gherijt van Zulen van Natewissche.
Op 25 juni 1426 ‘dinsdach na St Jan Coll.’ wijzen Ghiisbert van Wijc en Jan v/d Rijn burgemeesters (van Wijk bij Duurstede) gerechtelijk toe aan Jacob Wonder een jrl uitkering van 15 pachthoenders waaraan hij pandde tot laste van Gherijt van Zulen van Nathewisch: Reijners hofstede van Kruusberch 4, Dirc Willamsz 2, Lutgert die Jacob Wildeveens huisvrouw was en Elyaes Dircsoens hofstede 2, Dirc….. 3 en Gherijt Korstkenssoen hofstede 2 hoenders.
Op 3 september 1426 wijzen de burgemeesters van Wijk bij Duurstede gerechtelijk toe aan Jacob Wonder, jaarlijks 15 hoenders uit 6 hofsteden in de Oeverstraat bij de Arkpoort te Wijk als beslaglegging wegens een vordering op Gerit van Zuijlen van Natewisch van een hoofdsom van 26 rijnse gulden.

Op 11 oktober 1431 is de uitspraak van Jacob van Gaesbeeck, Johan borchgrave van Montfoirde, heer Lodewick van Montfoird, Johan van Vleuten, Johan van Meerten bast. van Abcoude en Matheus Pot over het geschil tussen Melis Utenenghe en zijn magen enerzijds en Gerrit van Zulen van Natewisch anderzijds, roerende van de nederslach Bernts Uten Enghe, van alsoe veel scult als Gerit van Zulen voorschreven, Wouter van Westrenen en Lubbert Sasse daeraen hadden, noch Johan van Sande, Willem van Sande en Gerit van Welije.

Op 2 januari 1433 Gerijt van Zuijlen van Natewisch verlijt Dirc Jan Smeetss met een halve hoeve int Wijckerbroeck.
Op 7 december 1433 doen Johan, burggraaf van Montfoird, en Lodewiic van Montfoird, heer tot Hazertswoude, uitspraak in het geschil tusschen Dirc en Geriit van Zuijlen betreffende het maarschalksambacht van het sticht van Utrecht.

Op 28 januari 1434 ‘des Donredages nae sant Pouwels dage Conversio’ vergunt Bisschop Roedolph aan Gijsebert Schade Ottensoen, om het goed te Scuvenest van Gerijt van Zuijlen van Natewichs in eigendom te verkrijgen, staat hem zijne eigene aanspraken daarop af en belooft hem daarin zoo noodig tegenover de stad Utrecht te handhaven.

Op 7 januari 1435 verklaart Gerijt van Zuijlen van Natewisse, ten overstaan van Gelmair van der Toll, IJewin Gijsbrechtszoen en Jan Airntszoen, leenmannen van Montfoirde, en met goedvinden van zijn oudsten zoon Jan van Zuijlen, over te dragen aan Jan heer van Montfoirde, de leenweer van 8 morgen land en van 12 morgen land, beide gelegen op die Velthusen.

Op 31 maart 1436 is Gherijt van Zulen van Natewische medezegelaar als de prelaten en kapittels van de kerken van de Doeme, Oudemunster, Sanct Peters, Sanct Johan en Sancte Marijen te Utrecht, de gemene ridders en knapen van het land en burgemeesters, schepenen, raden en gemene meente van de steden Utrecht en Amersfoerde oorkonden dat paus Eugenius, Sweder van Culenborch van Utrecht naar Cesarien heeft overgeplaatst en Roedolph van Diepholt tot bisschop van Utrecht heeft gemaakt, dat een kleine groep personen in strijd met het pauselijk gezag Walraven van Moerse heeft gekozen tot bisschop, die vervolgens steun heeft gekregen van het concilie van Baesel en dat zij zich verbinden om Roedolph van Diepholt in het bezit van het Utrechtse bisdom te handhaven.

Op 6 februari 1438 ‘vrijdach na Onse Lieve Vrouwedach natr.’ Feijse weduwe van Gerijt van Zulen en Johan en Henric hoer twee soenen, zijn geeigend op Willem van Bouchout en Danijell van de Merwe voir

  • 750 olde vrancr. scilden op o.m. 10 te Honswijc, bruict die scout van Honswijc,
  • 800 olde vrancr. scilden aen (volgt veel land!) waaronder 8 m in Schalkwijk die gebruikt Johan Gijsbertss, 8 m idem die gebruikt Gijsbert die Heelt; 16 m in Schalkwijk gebruikt Matthijs Gerijtss en noch 16 m die gebruikt Willam Splinterss,
  • 750 olde vrancr. scilden op o.a. een hofstede met bongert in Tulle int Waelsche gerecht, gebruikt door Gijsbert de Voechts wijf, 6 m int selve gerecht gebruikt de weduwe voirss, en 24 m gelegen bij Tulle int Waelsche gerecht en bruijct Mathijs Geritss.

Op 26 juli 1438 ‘Feri sexta p. Margarethe’ Feuijse wed. Gerijt van Zulen van Natewisse, met Johan en Henric haar twee zonen geeigend op Willem van Boeckhout en Daniell van der Merwe voor 8000 olde vrancr. scilden, 21 m in Langbroek die Johan van Vloeten nu bruuct, 6 m in Overlangbroek die Johan ook bruukt en land elders.

 

Uit dit huwelijk:

Jan van Zuijlen van Natewisch

Henrick van Zulen van Natenwische, overleden > 26 juli 1438

3  (?) Steven Gheritsz van Zulen, overleden > 31 december 1480